Afbeelding: Zypse terrassen-2

Unieke terrassen op Zypendaal

Landgoed Zypendaal is een van de iconen van Arnhem en heeft een rijke geschiedenis. Ondanks de veranderingen in de afgelopen eeuwen resteren in het park nog drie achttiende-eeuwse terrassen langs de barokke vijver. In opdracht van Gemeente Arnhem heeft het Gelders Genootschap in 2019 onderzoek gedaan naar deze unieke terrassen, samen met archeologisch onderzoeksbureau BAAC. 

Unieke terrassen op Zypendaal
Ondanks de veranderingen in eigendom en tuinstijlen resteren in het park nog drie achttiende-eeuwse terrassen langs de barokke vijver. De terrassen met beplanting behoren samen met de barokke vijvers en de beukenlaan aan de westelijke zijde van de vijvers tot de geometrische aanleg van Zypendaal uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Dit geometrisch ensemble is tussen circa 1740 en 1810 in fasen aangelegd door opeenvolgende Arnhemse regenten die eigenaar waren van Zypendaal: Willem van Bayen, Hendrik Willem Brantsen en Gerhard Brantsen.

Dergelijke terrassen komen in Nederland nauwelijks voor en de bijzondere combinatie van barokke structuren met het landschapspark is van zeer hoge waarde (op nationaal en Europees niveau).

Erosie en verval
De terrassen en de bijbehorende bomenrijen/laan verkeren echter in zeer slechte toestand. De terrassen zijn door ouderdom en erosie erg aangetast en hebben hun vroegere kwaliteiten en grandeur grotendeels verloren. In de laan en bomenrijen is veel uitval en de bomen die er nog staan, zijn vaak in slechte staat. De vroegere kwaliteiten en grandeur raken hierdoor grotendeels verloren.

De terrassen langs de barokke vijvers zijn een opmerkelijk verschijnsel. Gemeente Arnhem wil als eigenaar dit bijzondere groene erfgoedensemble behouden als een uniek deel van de Nederlandse tuingeschiedenis en zodat het voor de Arnhemse bevolking een mooie, veilige en interessante plek is om te beleven. 

Onderzoeksproject naar de terrassen
Om de terrassen op een juiste manier te behouden of te herstellen is eerst onderzoek nodig. Daarvoor hebben Gemeente Arnhem, Gelders Genootschap en BAAC Archeologie in 2019 samen een onderzoeksproject uitgevoerd. 

Belangrijke vragen daarbij waren:
1.    Waar liggen de terrassen precies (inclusief grootte en lengte)?
2.    Wanneer zijn ze aangelegd? En door welke opdrachtgever? 
3.    Waarom zijn ze aangelegd? Welke functie hadden ze?
4.    Hoe zijn de terrassen aangelegd? Welk profiel en opbouw hadden ze?
5.    Wat is de huidige staat van terrassen en bomenrijen/ lanen?
6.    Hoe kunnen de terrassen (met trappen) en bomenrijen/ lanen hersteld worden zodat ze minder erosiegevoelig zijn en beter toegankelijk en beleefbaar zijn voor het publiek?

Een adviesraad bestaande uit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Provincie Gelderland, Geldersch Landschap & Kasteelen, Vrienden van Sonsbeek, Schouwgroep Sonsbeek – Zypendaal – Gulden Bodem, en diverse afdelingen van Gemeente Arnhem heeft tijdens het onderzoek waardevolle feedback en adviezen geleverd.

Op basis van veldwerk kunnen we de terrassen als volgt omschrijven:
•    Drie aangelegde terrassen, aangelegd eind 18e, begin 19e eeuw. Het bovenste terras is beplant als laan; het middelste en onderste terras zijn beplant met een bomenrij op de terrasrand. Het gaat om beukenbomen. De terrassen liggen aan de oostkant van de barokke vijvers. Het langste terras is zo’n 325 meter en de hoogte van de drie terrassen (van vijver tot hoogste terras) is c. 4 meter. De terrassen en laanbeplanting zijn nog goed herkenbaar aanwezig in het landschap, doch door erosie en boomuitval sterk in verval (situatie 2019).
•    De terrassen hebben een nauwe relatie met de barokke vijvers en de laan (met terras) aan de westkant van de vijvers. Het is een samenhangend, sterk geometrisch ensemble binnen het grotere landschapspark. 

Gravend onderzoek
Het proefsleuvenonderzoek was erop gericht om de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de cultuurhistorische waarden vast te stellen. De locatie van de proefsleuven waren in overleg met parkbeheer bepaald, zodat de bomen niet aangetast werden. Voordat gegraven werd is door Armaex preventief gecontroleerd op explosieven.

Het terrein bevindt zich in een zone met een hoge archeologische verwachting volgens de gemeentelijke verwachtingskaart. Er zijn vindplaatsen te verwachten vanaf de late bronstijd tot late middeleeuwen. In het noordwesten van het plangebied zijn vier proefsleuven aangelegd om de aanwezigheid van eventuele oudere vindplaatsen vast te stellen, maar vooral om de terrassenopbouw te inventariseren. In de doorsnede van de terrassen is nog enigszins een getrapte opbouw te herkennen, die sterk geërodeerd is door de werking van de helling en de doorworteling van bomen. Ter plaatse van de proefsleuven blijkt de terrasopbouw grotendeels antropogeen (door de mens) opgehoogd te zijn, met name het hoogst gelegen terras. 

Aan de voet van de terrassen, bij het pad langs de vijver, bevindt de natuurlijke ondergrond zich vrij dicht onder het maaiveld. De meeste ophoging heeft plaatsgevonden waar de oorspronkelijke hellingsgraad van het pleistocene landschap het laagst was. 

Waarschijnlijk is om de gewenste terrassen vorm te geven de grond plaatselijk met karrenvrachten verplaatst, waarbij te hoge delen zijn uitgevlakt en te lage delen zijn opgehoogd. Er is verder geen fasering in de terrassenopbouw te herkennen. 

Er zijn in de proefsleuven geen andere sporen of materialen aangetroffen die samenhangen met de opbouw of versterking van de terrassen. De terrassen bestaan ter plaatse van de proefsleuven alleen uit een zandlichaam op de natuurlijke helling. Vondstmateriaal uit de tijd van de inrichting of het gebruik van de landschapstuin is niet aangetroffen. Enkele fragmenten metaalschroot uit de bovengrond zijn niet te relateren aan de terrassen, maar uit te sluiten is het ook niet.

In de twee noordelijke sleuven zijn onder de terrassenophoging (parallelle) greppels aangetroffen, dus van de tijd van voor de aanleg van de terrassentuin. De greppels zijn hetzelfde georiënteerd als de aflopende natuurlijke helling. Mogelijk hebben ze gediend voor ontwatering of grondverbetering. De datering van de greppels is niet duidelijk vanwege het ontbreken van vondstmateriaal.

Een speurtocht in het archief
Het historische onderzoek naar de terrassen bleek ingewikkeld. Geen enkele historische of moderne bron noemt de terrassen. Zo worden de terrassen bijvoorbeeld niet genoemd in de beschrijvingen en waarderingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, maar ook niet in lokale tuinhistorische publicaties over Zypendaal. 

Het historische onderzoek werd (naast veldwerk) een speurtocht in het archief. In onder meer het Gelders Archief en het Nationaal Archief werd gezocht naar oude kaarten, prenten, foto’s, archiefstukken uit het familiearchief van Brantsen, 18e-eeuwse voorbeeldboeken voor de aanleg van tuinen en literaire werken. Hieruit konden we het volgende distilleren:

•    Bij de aanleg van de terrassen is waar mogelijk gebruik gemaakt van het natuurlijke reliëf (stuwwal) of van grond afkomstig van het graven van de vijvers.
•    De aanzet voor de spiegelvijvers dateert uit midden 18e eeuw (onder burgemeester Willem van Bayen), maar komt pas echt van de grond onder leiding van Hendrik Willem Brantsen, in de periode tussen 1753 en 1783. Zijn nazaat Gerhard Brantsen maakte de vijvers breder en heeft mogelijk ook bijgedragen aan het ophogen van de terrassen (1803-1810).
•    Het meest zuidelijke deel van de zuidelijke vijver (het brede, meer landschappelijk ogend deel, voorheen De Grote Vijver van Zypendaal) is de oude molenwijer.
•    Mogelijk is bij de aanleg van de terrassen gebruik gemaakt van het theorieboek van A.J. Dezallier d’Argenville (1709; Engelse vertaling uit 1728), inclusief een voorbeeldtekening van de aanleg van drie terrassen met grastaluds. Bij Zypendaal zijn geen muurtjes of keringen gevonden. Een document van fam. Brantsen over de grote vijver spreekt over ‘trasseering met graszooyen’ (1808).

Waardering, op basis van dit onderzoek (Gelders Genootschap). De terrassen, met laanbeplanting, hebben een zeer hoge erfgoedwaarde:
•    Als uiting van het laat 18e-eeuwse buitenleven van een Arnhemse regentenfamilie.
•    Als voor Nederland uniek en (ondanks verval) goed bewaard voorbeeld van laat 18e-eeuwse tuinarchitectuur, een ensemble van vijvers, lanen en terrassen.
•    Als voorbeeld van gerealiseerde tuinarchitectuur mogelijk gebaseerd op de publicaties van Dezallier d’Argenville.
 

Artikel Vakblad Groen | Interview met Elyze Storms en Jeroen Glissenaar.

De terrassen van Zypendaal langs de barokke vijver. Foto: Rinus Baak, Gemeente Arnhem.
De terrassen van Zypendaal langs de barokke vijver. Foto: Rinus Baak, Gemeente Arnhem.
In juli 2019 werd archeologisch onderzoek uitgevoerd op de terrassen van Zypendaal. Foto: E. Storms-Smeets, Gelders Genootschap.
In juli 2019 werd archeologisch onderzoek uitgevoerd op de terrassen van Zypendaal. Foto: E. Storms-Smeets, Gelders Genootschap.
Het beroemde traktaat van A.J. Dezallier d’Argenville ‘Théorie et la pratique du jardinage’ (1709) toont instructies voor de aanleg van de terrassen. Hebben de eigenaren van Zypendaal zich hierdoor laten inspireren? Bron: Bibliothèque Nationale de France.
Het beroemde traktaat van A.J. Dezallier d’Argenville ‘Théorie et la pratique du jardinage’ (1709) toont instructies voor de aanleg van de terrassen. Hebben de eigenaren van Zypendaal zich hierdoor laten inspireren? Bron: Bibliothèque Nationale de France.