Afbeelding: DSC00625-Lage Linie-2e lunet-bijgesneden

De Linies van Doesburg: van “geleide verwildering” naar geleid herstel?!

23 juli 2018

Expertmeeting 5 juli 2018

Begin deze maand nam ik op uitnodiging van de gemeente Doesburg met collega Werner Weijkamp deel aan een expertmeeting over de toekomst van de Hoge en Lage Linie in Doesburg. Vijf jaar geleden maakten we in opdracht van de gemeente een cultuurhistorische inventarisatie en waardering van de beide linies. Doel was het verkrijgen van een beter beeld van de precieze cultuurhistorische waarden, de huidige ruimtelijke karakteristiek (o.a. m.b.t. de profielen en de beplanting) en de benodigde maatregelen om deze waarden in stand te houden en waar nodig te herstellen.

Hoge en Lage Linie
Beide linies zijn aan het begin van de achttiende eeuw aangelegd naar ontwerp van de bekende vestingbouwkundige Menno van Coehoorn en vormen samen een uniek aaneengesloten verdedigingsstelsel aan de oost- en zuidkant van de stad.
De Lage Linie bestaat uit eenvoudige grondwallen met hellingbanen en een open schootsveld met daaromheen prachtige waterpartijen en een waardevol riet- en moerasgebied. De Lage Linie ligt aan de zuidkant van de stad, op loopafstand van de oude binnenstad en enkele woonwijken. Veel Doesburgers maken dan ook graag een wandeling in dit vrij toegankelijke gebied.
Daarentegen is de aan de oostkant van de stad gelegen Hoge Linie afgesloten voor het publiek. Dit deel van de vestingwerken bestaat uit een complex stelsel van wallen en hellingbanen, watervoerende en (vrijwel) droge grachten, hagen, een voormalig fort, open schootsvelden, later toegevoegde batterijen en een zogenaamd terreplein: het vlakke terrein tussen de Linie en de stad.

Bijna verdwenen
Dat de beide Doesburgse linies er nog zijn is niet zo vanzelfsprekend als het misschien lijkt. In 1933 lag er een plan klaar voor egalisatie van de linies met behoud van de waterkerende functie, waarna delen van de vrijkomende terreinen voor de stadsuitbreiding konden worden ingezet. Daartegen kwam bezwaar van onder meer de vereniging Menno van Coehoorn en ……. het Gelders Genootschap! Het genootschap werkte vervolgens mee aan een nieuw uitbreidingsplan voor het gebied tussen de bebouwde kom en de linies waarmee werd aangetoond dat het behoud van de vestingwerken de stadsuitbreiding niet in de weg zou hoeven staan.
Een actie die goed paste bij onze ideële doelstelling: het instandhouden en bevorderen van de schoonheid van stad en land!

Cultuurhistorie en natuur
Beide linies zijn sinds 1966 een beschermd rijksmonument. In 1968 werd het eigendom en beheer van de linies overgedragen aan Staatsbosbeheer. In 1975 werd besloten tot “geleide verwildering” van de Hoge Linie ter behoud van zowel de natuurwaarden als het karakter van de linie als vestingwerk. Welk eindbeeld men daarbij voor ogen had is niet bekend. Zeker is wel dat hiermee de linies tevens natuurgebied werden, later opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland.
Het tegelijkertijd behouden van zowel cultuurhistorische waarden als natuurwaarden bleek echter geen gemakkelijke opgave. De “geleide verwildering” resulteerde na enkele tientallen jaren in een serieuze aantasting van de herkenbaarheid, de strakke belijning en de verfijnde profielen op veel plaatsen. Het werd duidelijk dat maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat cultuurhistorische waarden echt verloren gaan.

Beleef de Linies
Er volgde een periode met veel onderzoeken en overleggen met betrokken partijen. Een door TOPIA stads en landschapsontwerp gemaakt plan mondde uit in het project “Beleef de Linies” met als algemene insteek de (schijnbaar) tegengestelde belangen op een slimme manier met elkaar te verenigen. De vier belangrijke doelstellingen van dit project zijn:
- behoud, herstel en beleving van de cultuurhistorie
- behoud en versterking van de natuurwaarde
- stimuleren van recreatie en toerisme
- bevordering van de lokale economie.
Verder onderzoek door de Stichting Menno van Coehoorn bracht nieuwe wetenswaardigheden over de linies aan het licht, met name uit de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende periode van de Koude Oorlog.

Expertmeeting
Bij de uitwerking van de plannen kwamen diverse (principe)vragen naar voren die interessant waren om tijdens een expertmeeting te bespreken met verschillende betrokken partijen. Onder leiding van Reinier Gerritsen van TOPIA namens de gemeente Doesburg discussieerden vertegenwoordigers vanuit verschillende disciplines en organisaties over de toekomst van de beide linies. De discussie spitste zich eerst toe op het vraagstuk hoe de in het gebied aanwezige belangen - in het bijzonder cultuurhistorie en natuur - beter met elkaar verenigd kunnen worden. Mijn indruk was dat onder de aanwezigen consensus was over het standpunt dat het behouden, herstellen en versterken van cultuurhistorische waarden èn natuurwaarden samen kan gaan. Ervaringen opgedaan met het beheer van de vesting Naarden leren echter dat continu onderhoud daarbij noodzakelijk is. Een conclusie die ik vanuit cultuurhistorisch oogpunt zeer onderschrijf!

Tijdlagen
Een ander belangrijk punt van overleg betrof de te onderscheiden cultuurhistorische tijdslagen en de vraag in hoeverre de verschillende lagen leidend zouden moeten zijn bij het opstellen van beheer- en herinrichtingsplannen. Uitkomst van de discussie was dat de situatie zoals die omstreeks 1815 bestond, na de aanleg van de batterijen, als de belangrijkste tijdlaag en hoofdvertrekpunt voor het vervolg beschouwd kan worden.
Ook elementen uit latere perioden zoals de schietbanen van omstreeks 1900, de relicten uit Tweede Wereldoorlog en Koude oorlog en de aangebrachte beplanting in de vorm van hagen en eiken werden echter van zekere cultuurhistorische waarde geacht en dienen daarom eveneens zoveel mogelijk gerespecteerd te worden.
Deze uitkomsten van de discussie sluiten mooi aan bij de conclusies en aanbevelingen uit ons onderzoek van vijf jaar geleden.

Herstel, reconstructie en nieuwe toevoegingen
Ook de wens om de potenties van de linies beter te benutten in toeristisch-recreatief opzicht en vanuit educatief oogpunt roept praktische vragen op. In hoeverre is het wenselijk om geheel of gedeeltelijk verdwenen elementen te herstellen dan wel te reconstrueren teneinde de geschiedenis en functie van de linies beter herkenbaar te maken? Is daarbij ruimte voor het toevoegen van meer eigentijds vormgegeven nieuwe elementen?
Maatwerk en bundeling zijn het devies. Vanuit natuuroogpunt is het wenselijk om recreatieve en natuurfuncties duidelijk te scheiden en nieuwe toeristische functies te concentreren op een beperkt aantal locaties. Reconstructie van verdwenen elementen kan nuttig zijn, maar is niet altijd noodzakelijk. Duidelijk moet zijn wat minimaal nodig is om het beoogde doel te bereiken. Plannen dienen naar mijn mening steeds bij te dragen aan het behouden en versterken van de visuele continuïteit van de linies. Rust en samenhang zijn van belang bij wijzigingen en toevoegingen. Men was het er over eens dat het vooral geen “pretpark” mocht worden.

Van “geleide verwildering” naar geleid herstel
Intussen is door vrijwilligers van Staatsbosbeheer een voorzichtig begin gemaakt met het beter zichtbaar en herkenbaar maken van de Hoge Linie door het verwijderen van overtollig groen nabij de eerste en tweede lunet. E is weer zicht vanaf de Franse batterij over de wal richting het schootsveld. Hopelijk wordt in de komende beheersplannen de omslag zichtbaar van geleide verwildering naar een geleid herstel met respect voor alle belangen!